Vroeger keek ik graag naar Pippi Langkous op tv. Iedereen hield van haar, want zij durfde alles, zelfs een paard boven haar hoofd tillen en mensen een taart in hun gezicht gooien.
Ik voelde me eerder Annika, jeweetwel dat verlegen vriendinnetje van Pippi. Zij had niet zoveel moed en waarschuwde Pippi altijd voor gevaar en haar onbesuisdheid.
Ik was niet zo’n held.
Toen ik de films van Pippi onlangs weer eens terugzag vielen me ineens hele andere dingen op aan Annika. Ik zag een gevoelig en empathisch meisje, want ze kon zich goed inleven in Pippi met haar wilde ideeën. Ze was betrouwbaar en verstandig, want ze deed wat van haar verwacht werd en zorgde ervoor dat al die onbezonnen streken niet uit de hand liepen. En vooral was ze loyaal; ze steunde Pippi door dik en dun.
Daarin herkende ik mezelf ook. En dat waren waardevolle eigenschappen besefte ik. Net zo waardevol als het ondernemende karakter van Pippi.
Daarnaast voelde ik dat ik Annika ontgroeid was, want ik had veel angsten verwerkt en ik kon inmiddels voor mezelf staan. Ik wist wat ik (niet) wilde. Er zat zeker ook een stukje Pippi in mij.